Sta ik daar op onze koer te staan, gelijk een echte Van Gogh met een strooien hoed op mijn dak, mezelf afvragend in welke volgorde ik de klusjes ga uitvoeren, en stopt daar een Wout Van Aert-kleurige wielertoerist die zijn veloke tegen ons tuinhek plaatst. Komt die mens enthousiast naar mij afgepikkeld, voor zover dat vlotjes gaat, zo met van die klikschoenen over slechte kasseis. Of ik hem herken? Ik bekijk hem, mét fietshelm, zonder fietshelm, zonder dat mutske daaronder, maar nope, mijn doorgaans quasi onfeilbaar gelatengeheugen hoort geen belletje rinkelen.
"Wij kennen elkaar nog van 't motorforum", zegt hij.
"Van Motorpraat?", vraag ik.
"Neent jong, van daarvooren nog".
"Ah, 't Motoren & Toerisme-forum dan?".
"Ja inderdaad, en vroeger reed ik met een BMW en nu met een Moto Guzzi", vertelt 'm verder. En dat 'm van Vilvoorde is.
Mijn ogen kan ik nog steeds niet geloven, maar zijn manier van praten en van doen roept verre herinneringen op, aan een zotte periode met veel zotte mensen die heel veel machtig mooie motorritten organiseerden, in weer en wind, in zomer en winter, dwars door alles heen, ook rotondes en met modder overstroomde wegen.
Gée-Es.
Bekanst 15 jaar is het geleden dat ik hem nog gezien en gehoord heb, en zoals elk heeft ook hij zijn verhaal. Het begint met een heel zware hersenbloeding, waarna hij opnieuw moest leren eten, om maar iets te zeggen. Na een goei vijf jaar revalideren kon dat hoofdstuk min of meer worden afgesloten, maar evenveel jaren geleden werd zijn aartsengel nog eens op de proef gesteld toen hij door een wagen ondersteboven werd gecaramboleerd. "Er zit meer ijzer in mijn lijf dan in mijn hele Moto Guzzi", vertelt hij.
En vandaag staat hij op mijn koer, met zijn koersveloke, één brok gezondheid en goed humeur, alsof er nooit niks gebeurd is.
Ik kon niet anders dan hem omhelzen...
Aan al wie hem kent: ge hebt zijn groeten.




